zandkorrel fotografie

 

 

 

 

Op mijn vroegere tienerkamer hingen ingelijste Anton Pieckjes, gebroederlijk naast de posters van WHAM en George Michael. Ik kon helemaal wegdromen bij de sfeer van nostalgie en Hollandse gezelligheid die Pieck in zijn tekeningen weet te leggen en bewonderde zijn gedetailleerde manier van tekenen. Ook nu nog vind ik zijn werk mooi.

Daarom vond ik het een geweldig idee toen ik door het tijdschrift Stadsleven werd gevraagd om de 'roots' van Anton Pieck in Haarlem op de gevoelige plaat te gaan vastleggen. Samen met vriendin en collega Diana den Held ging ik op pad. Hieronder volgt het verhaal dat Diana schreef, samen met de foto's die ik erbij maakte.

waterput bij anton pieckmuseum

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Haarlem van Anton Pieck

In de wintermaanden belanden ze met duizenden, zo niet tienduizenden, op de Nederlandse deurmatten: de kerst- en nieuwjaarskaarten van Anton Pieck (1895 – 1987). Wie was deze man, die zo’n eigen stempel drukte op de 20e eeuwse kunstwereld?

In Haarlem, waar hij ruim de helft van zijn leven doorbracht, gaan we op zoek naar sporen van deze markante kunstenaar.

Anton Pieck, een korte inleiding

Anton Pieck is niet geboren in Haarlem: zijn wieg stond in den Helder, waar hij een groot deel van zijn jeugd doorbracht. Hij tekende al op zeer jonge leeftijd. Zo trof zijn moeder hem toen hij drie was eens snikkend voor het raam, zijn frustratie was groot: “Ik kan de regen niet tekenen” (iets dat hij later ruimschoots zou inhalen). Toen hij elf was verhuisde het gezin Pieck naar Den Haag. Daar volgde hij zijn tekenopleiding, maakte zijn eerste ets, gaf voor het eerst tekenles (op zijn 17e!) en ontmoette zijn echtgenote Jo van Poelvoorde.

De verhuizing naar Haarlem vertelt ons echter veel over de levenshouding van de jonge Pieck. Twee van de meest zwaarwegende motieven uit zijn leven spelen hierbij namelijk een rol: financiële zekerheid én artistieke vrijheid.

Als kind was hij opgegroeid in een gezin met geldzorgen, iets waar hij een enorme hekel aan had gekregen. Hoewel de kunst zijn belangrijkste drijfveer was is het typerend dat hij tot zijn pensioen bij het Kennemer Lyceum werkte als tekenleraar, om onder alle omstandigheden zijn familie te kunnen onderhouden. Daarbij gaf het lesgeven hem de vrijheid om tekenopdrachten te weigeren. Pieck heeft altijd zonder concessies gewerkt; als een onderwerp niet voldoende zijn belangstelling had, begon hij er niet aan.

Oude stadsgezichten en straatjes

Al snel na het voltooien van zijn opleiding liet Anton Pieck het schilderen van landschappen en portretten los, om zich te specialiseren in datgene wat hem het meest interesseerde: stadsgezichten. Oude poorten, steegjes, pleintjes en hofjes trokken hem daarbij het meest aan; Pieck had een grote belangstelling voor de eeuwen vóór zijn tijd. Zijn vriend en biograaf Hans Vogelesang zegt daarover: “Als hij zou hebben gerookt, zou het uit een stenen, Goudse pijp moeten zijn geweest.”

Piecks werk verbeeldt meestal een historische scène, sprookje of sage, maar wie denkt dat hij zijn fantasie zomaar een beetje de vrije loop liet komt bedrogen uit. Elke illustratie werd voorafgegaan door een uitgebreide studie. Hoe romantischs of lieflijk zijn werk ook overkomt, elk detail is historisch verantwoord en gebaseerd op meerdere compositieschetsen, museumbezoeken en materiaalstudies.


Pieck tekende de Jansstraat voor de kalenderplaat van 1972. Anno 2006 is er eigenlijk niet eens zo heel veel veranderd:

St Jansstraat Haarlem

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Nog een voorbeeld hiervan zien we direct wanneer we de Sint Bavo in Haarlem binnenlopen; het schilderij stemt exact overeen met de werkelijkheid. Van de lichtinval door het glas-in-lood tot en met de beschilderingen op de zuilen, de lampen, schaduwen en verschillende steensoorten.

Interieur St Bavo, Haarlem

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Een gedreven, maar bescheiden man

Dat hij desondanks zo véél werk naliet -Pieck illustreerde alleen al ca. 350 boeken- kwam door zijn enorme productieniveau; zeven dagen per week, ’s morgens, ’s middags en ’s avonds werd er gewerkt volgens een afgewogen dagindeling. Als het licht goed was werd er geschilderd en anders werd er getekend, werden etsen of houtsneden afgedrukt of detailstudies gemaakt.

In de winters trok hij trouw elke week naar de modeltekenclub in Overveen om zijn technieken te onderhouden en ook op vakantie ging het schetsboek mee. Tussendoor, als rustpunt, schilderde hij soms een stilleven. Een stijl waarmee hij als tienjarige al succes oogstte; hij won toen de hoofdprijs van een wedstrijd: enkele tubes verf en een fixeerspuitje. Iets dat hij op latere leeftijd nog altijd zal omschrijven als “mijn grootste succes”. Vooral als hij het erg druk had hoorde men hem soms zuchten: “Geef mij maar een citroen of een ei om te schilderen!”

Piecks inspiratie was eindeloos en de hoeveelheid ideeën die hij wílde uitvoeren was altijd groter dan wat hij kon realiseren. Er was altijd tijd tekort. Toen het gezin Pieck in 1939 van Haarlem verhuisde naar de Prins Mauritslaan in Overveen, nóg dichter bij het lyceum (de achtertuin grensde aan het sportveld) had Pieck al snel de kortste route gevonden: over de schutting en langs het veld, tot groot ongenoegen van de sportleraar.

Dat Pieck niet voor zichzelf schilderde blijkt uit het gemak waarmee hij zijn werk overdroeg en weggaf. Was het eenmaal ‘af’ dan had hij er afstand van genomen en kon een ander er plezier aan beleven. Misschien is het tekenend voor zijn persoonlijkheid; de bescheiden man die voldoening haalde uit tekenen en het plezier van anderen. Toen hij een kistje sigaren won was zijn commentaar: “Dat komt heel goed van pas voor mijn gasten, kan ik genieten van hun genietende gezichten.”

Iets soortgelijks horen we van zijn Engelse vriendin Pat Cooke, die zich herinnert dat Pieck haar vertelde dat hij, als hij geen kunstenaar geworden was, graag clown had willen zijn omdat zijn grootste wens was mensen aan het glimlachen te krijgen. Ze schrijft: “In a sad world he lit a candle of joy. His advice I always try to follow: Draw the truth and make it shine.”

De toren in het middelpunt

Moderne architectuur zul je in het werk van Anton Pieck niet of nauwelijks terugvinden; hij had weinig op met de hedendaagse kolossen van glas en noemde het ‘bouw-kunde’, vergeleken met de historische architectuur die hij ‘bouw-kunst’ noemde. Hij schilderde veel liever (kerk)torens, de vroegere hoogtepunten en sfeerbepalers van de stad, vér voor de komst van fabriekspijpen en flatgebouwen.

Ook in zijn tekeningen van Haarlem zien we de diverse torens terug, op de achtergrond of als hoofdonderwerp; ze maken deel uit van het historische beeld dat hij ons wilde voorspiegelen. De Sint Bavo, die met haar 15e eeuwse houten toren door de Haarlemmers “Jan met de hoge schouders” wordt genoemd, neemt hierbij een speciale rol in.

kerktoren

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Illustratief is zijn onderwerpkeuze voor de postzegel die hij in 1977 ontwierp: Pieck kreeg de vrije hand zolang het ‘een monument in Nederland’ was. Het werd… een kijkje vanaf de Sint Bavo op het Haarlemse stadhuis.

Het gezin Pieck in Haarlem

In 1920 werd Anton Pieck aangesteld als tekenleraar bij het Kennemer Lyceum in Overveen-Bloemendaal. Kort daarop trouwde hij met Jo van Poelvoorde en verhuisde het stel naar Heemstede. Daar sloot Pieck zich aan bij het tekengenootschap “Kunst Zij Ons Doel”, dat wekelijks bijeenkwam in de Waag in Haarlem.

In 1924 werd hun eerste kindje, Els, geboren. Natuurlijk werden vrienden en kennissen met een eigengemaakt kaartje op de hoogte gesteld, wat tot een lawine aan verzoeken om ‘óók zo’n kaartje’ leidde.

Datzelfde gebeurde met zijn ex-librissen, aanvankelijk bedoeld voor eigen gebruik. De vragen stroomden binnen en het werd zó veel dat Pieck, na 150 exemplaren, besloot een serie tekeningen met open ruimte (voor het invullen van de naam) te maken, die in een doosje bij de Haarlemse boekhandels konden worden gekocht.

Bijvoorbeeld bij boekhandel de Vries. De winkel is nog maar weinig veranderd:

Boekhandel De Vries, Haarlem

Vlakbij boekhandel de Vries zit een oud winkeltje voor kunstenaarsbenodigdheden. Zou Anton Pieck hier nog zijn materialen hebben aangeschaft?

Kwast bij winkel voor kunstenaarsbenodigdheden

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Verhuizing naar Haarlem

In 1926 verhuisde het inmiddels met dochter Ank (Anneke) uitgebreide gezin naar de Emmalaan in Haarlem, waar ze dertien jaar woonden. In 1928 werd daar zoon Max geboren.

De familie Pieck heeft enige tijd getwijfeld om een 17e eeuws pand aan het Spaarne te betrekken, in het oudste deel van de stad. Ze zagen op tegen de hypotheekrente en financiële verplichting die daaruit voorkwam en besloten het niet te doen.

Gracht in Haarlem

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Jo Pieck

Jo Pieck was van reusachtig belang voor de verstrooide kunstenaar. Ze heeft haar leven lang voor hem gezorgd en hem geholpen bij zijn werkzaamheden. Alle tekenopdrachten werden nauwkeurig bijgehouden in ‘het boekje van Jo’. De zorg voor de kinderen kwam bijna volledig op haar schouders terecht, soms tot hilariteit bij de kinderen zelf wanneer zij hem aan de keukentafel aansprak met de mededeling “Daar moet je toch echt es wat aan doen” en een half-afwezig antwoord kreeg; “Ja daar moet ik echt es wat aan doen”. Het kwam er nooit van.

Pieck las geen kranten, luisterde niet naar de radio en keek geen tv, maar Jo Pieck hield hem geduldig op de hoogte. Ook vertaalde ze voor hem –ze had in Zweden de opleiding tot weefster voltooid- de Scandinavische sprookjesboeken waarop hij veel van zijn werk in de Efteling heeft gebaseerd.

Een van de bekendste anekdotes die zijn verstrooidheid illustreert speelt zich overigens af in het klaslokaal, toen hij in plaats van een zakdoek een babytruitje uit zijn broekzak toverde.

De leraar Pieck

Hoewel het onderwijs niet zijn grootste liefde was, stond Pieck bekend als een prettig en betrokken leraar. Oud-leerlingen en collega’s koesteren mooie herinneringen aan hun tijd met de Meester-Artiest. De schoolkrant werd, natúúrlijk, door hem opgesierd, evenals de borden in de aula, de diploma’s en vele andere grafische uitingen. Ook de toneelvereniging kon op zijn steun rekenen, bij het ontwerpen van de decors.

Een oud-leerling van het Kennemer Lyceum:
"Door zijn bescheidenheid wisten we niet dat hij op dat gebied een landelijke faam bezat”.

Smakelijk smikkelen!

Een van de meest kenmerkende voorbeelden van Piecks denkwijze treffen we tijdens de herstelperiode na de tweede wereldoorlog. Het lyceum was in de oorlogsperiode ontruimd en verwaarloosd, er heerste een grote schaarste, ook aan papier en zodoende werd een inzamelingsactie georganiseerd. Pieck vond het vreselijk om te moeten bedelen om materialen en kon zich er niet bij neerleggen om dat te onderwijzen. Het werd een kermis waar je kon betalen met bonnetjes.

Een oud-leerling vertelt over het idee van de roombroodjes-tent:
“Het werd een meer dan levensgrote clown met een veel te groot hoofd en een nog veel grotere mond. Die clown stak zijn tong uit en daarop lag dan een besuikerd roombroodje, nadat de koper een bonnetje in het rechteroor van de clown had gestopt. Na de transactie riepen wij vanachter de figuur: “Smakelijk smikkelen!” De broodjes waren in korte tijd uitverkocht”.

En die kerst- en nieuwjaarskaarten?

In 1938 tekende Anton Pieck zijn eerste nieuwjaarskaarten. Het verzoek kwam uit liefdadige hoek, maar al snel zag een uitgever er de mogelijkheden van en werd de vraag zo groot dat Pieck er niet aan kon voldoen. Daarom werd besloten tekeningen die ooit voor een ander doel gemaakt waren tot nieuwjaarskaart te ‘bombarderen’.

Voor de Wereldkroniek tekende hij 20 jaar lang de omslag van het kerstnummer. Een aardig voorbeeld is het exemplaar van 1965, waarop zijn drie kleinkinderen Mark, Judith en Anne staan afgebeeld als de drie koningen. Het vereiste een zorgvuldige planning om deze afbeeldingen op tijd te starten en gereed te maken; “Als de mussen van het dak vallen van de hitte, zit ik besneeuwde kerken voor kerstkaarten te tekenen.”

Waarschijnlijk had niemand in die tijd voorzien dat bijna 70 jaar later nog steeds duizenden van deze kaarten over de wereld verspreid worden. Als ik de trap oploop met een stapel kerstenveloppen in mijn handen, denk ik aan Piecks uitspraak over zijn tekeningen: “Mijn ziel ligt in mijn werk…”.

Met een glimlach zet ik het winters tafereel wat meer vooraan op de schouw:
“Fijn dat je er dit jaar weer bij bent, Anton Pieck.”

En, geheel in de sfeer van Anton Pieck, besluiten we ons bezoek aan Haarlem met een portie poffertjes. Diana, eet smakelijk!

poffertjes eten in Haarlem

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bronnen

Anton Pieck 85, een wonderlijk fenomeen (1980) Wim Verhagen. Uitgeverij van Holkema & Warendorf/Unieboek, Bussum.
iAnton Pieck, bekend-onbekend (1995). Hans Vogelesang. Uitgeverij Kok Lyra, Kampen.
Anton Pieck, zijn leven, zijn werk (1973). Ben van Eysselsteijn en Hans Vogelesang. Uitgeverij AD. M.C. Stok, Zuid-Hollandse Uitgeversmaatschappij BV, Den Haag.
December in de Stad (1981). Marry Goedhart-Alberts. Uitgeverij Omniboek, Den Haag.
De wereld van Anton Pieck (1999). Hans Vogelesang. Uitgeverij De Fontein, Baarn.
De wereld van Anton Pieck; iedere stad een toren (1979). Hans Vogelesang. Uitgeverij Omniboek, Den Haag.
Het Anton Pieck Museum in Hattem.

 

 


Meer foto's uit Nederland